Eerste les Russisch sinds lang. Ik had schrik voor een Poolse spraakwaterval, of tenminste een hoorbaar, lelijk accent, maar alles ging goed, of toch zo goed als mogelijk is. Alleen dat de professeuse mij Haartje heeft genoemd. Close enough, zou ik zeggen na het voornamendebâcle dat Polen was, maar ik heb toch liever de foute versie van mijn rij-instructrice, die zegt tenminste Saartje.

Ik heb al een beetje een burn-out met die rij-lessen erbij. Ik voel mij weer in het eerste jaar, met middagpauzes om op te vullen, al grasduinend in de Fnac. Een heel mooi prentenboek gezien over een eend en de dood, die vriendjes worden. En toen de eend stierf had de dood ook een vriendje om te begraven en bleef-ie helemaal alleen achter. Zo is het leven, dacht hij erbij, en ik was blij dat ik op dat moment een lunchafspraak had, ik sta niet graag te grienen tussen prentenboeken.

Bij Saramago is de dood vrouwelijk, maar in dit boek gaat het om een man. Zonderling.

Ik heb vandaag de pedalen mogen gebruiken, en ik ben niet stilgevallen, hetgeen volgens Irina hoogst-uitzonderlijk is. Ik verdenk Irina (of Irena, maar voornamen schijnen nog maar weinig te betekenen vandaag de dag) ervan dat tegen al haar studenten te zeggen, maar ik kan niet zeggen dat het niet leuk is om te horen. Ik ben ook maar een mens die leert autorijden tussen allemaal mensen die al kunnen rijden, of toch al een rijbewijs hebben.

Voorts roopt alles over lolletjes.