De Belg in mijn buurt houdt erg veel van buitensporige tuinverlichting in de voortuin. Ik vraag me af wat de gemiddelde achtertuin zoal herbergt aan verlichting, ik denk spontaan aan stadionverlichting en electrische palen met een vermogen van quintiljoen dinges. Gelukkig is de achtertuin doorgaans omgeven door een haag, die, als het zondag is, zo mooi gesnoeid is dat het weer lelijk wordt. Maar waarom voortuinverlichting? Zodat een ongenode gast zich tegen elf uur 's avonds ook nog welkom voelt?

Zouden buitenlandse reisgidsen het dan hebben over de gastvrijheid van de Vlaming, de Waal, de Brusselaar, de Belg? De Poolse reisgidsen over Belgia waren altijd behoorlijk beknopt. Ik wil zelfs zeggen bedroevend, maar uiteindelijk werd ik er niet droevig van, want ik weet genoeg van België, en ik lees buitenlandse reisgidsen alleen voor de spelfouten in cafénamen. De birkelder op de Oude Markt wordt aangeraden in Polen, en die zou ík dan weer afraden. Maar nu ik erover nadenk, misschien is een café in een kelder met veel te veel bier en veel te weinig lucht wel echt iets voor Polen.

Overigens doet mijn reisgids van Polen pijn aan mijn grammatica. Warschau, toch al even de hoofdstad, is ook soms Varsovie. Mijn thesis zal misschien over vertaalproblemen gaan, en moest ik Romaanse studeren, dan kwam deze erin. Misschien in het voorwoord.

Die tuinverlichting, dat is om de buren de ogen uit te steken, en als dat niet lukt, dan worden ze wel uitgeschenen, met een voltage van kan-niet-meer en een design dat echt niet duidelijker uit een winkel op een Vlaamse steenweg kan komen. Meubelboulevard is een woord dat Humo mij vandaag geleerd heeft en kijk, het dient zich meteen al aan.