Bij het terugbrengen van de film van gisteravond was de videotheek helemaal leeg, op het meisje van de videotheek na, natuurlijk. En ze riep Pas op niet vallen, of ze zei het toch heel luid, dus ik verstijfde waar ik toen stond, ik dacht, misschien dat hier een gat is of het is hier pas gepoetst en spekglad. Er staan hier flessen, zei ze, en inderdaad, twee meter verder stonden twee flessen op de grond.

Een ramp met Pisang Ambon nipt vermeden.

En toen vroeg ze wat ik kwam doen, een film terugbrengen dus, en begon ze ook ineens uit te leggen wat zij aan het doen was. Want ja, die schappen, die mogen ook eens gekuist worden en er was net zo weinig volk. En 's avonds loopt hier een hond rond, ne groten hoor. En die haartjes kruipen daar toch overal achter enzo. Ik weet waar ik van zijn leven geen Pisang Ambon ga kopen, al was het de laatste fles.

't Is inderdaad een grote hond, en ik heb schrik van honden, dus zei ik, ja, brr. Of zoiets. De juffrouw van de videotheek had mij meteen door, als ik schrik heb van honden, zo zei ze, dan heb ik vast katten.

Daar kan ik niet tegen hoor, gewoon omdat ik schrik heb van honden, heb ik de facto katten? Ik spreek drie woorden en die heeft mij helemaal door, tot op mijn zwak voor konijnen en kikkers toe ofwat? Ik ken legio mensen die schrik hebben van honden en die geen katten hebben. Qua kadukke deductie kan dat tellen.

Ik heb dus mooi niet gezegd dat ik twee katten heb, daar hebben juffrouwen achter videotheektoonbanken helemaal geen zaken mee, hoe vriendelijk ze ook zijn. Net zo goed had ik geen kat gehad, en dan had ze daar ook met haar mond vol tanden gestaan.