Was de kat naast mij een mens, dan werkte hij in een gore SM-bar, was hij te dik om daar ooit nog buiten te gaan en zou de plaastelijke pizza-delivery rijker zijn dan die op de Oude Markt. Was deze kat een mens, dan zou ik hem vies vinden. Maar nu, als kat, is-ie de enige kat waarmee ik een band heb. Van alle katten op de wereld, that is. De dode exemplaren inbegrepen.

Er zijn katten, die moet je aaien zodat zij het net wel voelen, maar dat ze toch een beetje twijfelen. Er zijn andere katten die beginnen te snorren als ze bang zijn. En je hebt er ook die niet in de buurt van mensen komen. Wat is daar dan de point van?

De dikke kat naast mij moet je zo aaien dat hij er een beetje van doorbuigt en liefst doe je dat in de buurt van een muur of nog beter aan de trap, zodat hij zelf nog zijn mondhoeken kan uitrekken aan iets scherps. Probeer geen boek te lezen met deze kat op schoot. Schurken gegarandeerd, en ik houd de rand van mijn boeken liever kwijlvrij, zeker als het kattenkwijl betreft. De BeauBeau wil volledige aandacht.

Ik ben er stellig van overtuigd dat ik zijn lievelingsmens ben.