Ik ben op chirokamp. Tien beste dagen van het jaar. Of ze duren toch het langst en ze zijn nogal geconcentreerd. Vergelijk het met een tomaat en een blikje tomatenconcentraat. Maar omdat ik geen zin heb om mijn lezersschare bestaande uit drie mensen en mijn kat te verwaarlozen: automatisch gedingeste berichten! Zonder regelmaat, ik ben geen freak.

Elke zomer, als kind, beleefde ik dezelfde vreselijke tweespalt. Enerzijds wilde ik elke zomer nog meer dan de vorige zomer genieten van de vakantie, van het feit dat er geen school was en van de zon en wat nog meer. En anderzijds keek ik van het begin van de vakantie al uit naar het nieuwe schooljaar, niet eens omdat ik graag naar school ging, want als ik het mij goed herinner ging ik niet graag naar school.

Op zondagavond bevroor ik tegen vijf uur en durfde ik mij niet meer amuseren, omdat de tijd dan vlugger ging. In het middelbaar kwam ik zondagavond thuis van de chiro om gegarandeerd te ontdekken dat ik dit en dat nog moest doen. Ik heb veel maandagochtenden huiswerk overgeschreven. Ik heb op veel dinsdagen huiswerk teruggekregen dat ik zelf beter had gekunnen.

Ik keek uit naar het begin van het schooljaar omdat alles zo naar nieuw ruikt dan. Op één juli staan er al boekentassen in de Colruyt, en ik kreeg hoegenaamd niet ieder jaar een nieuwe, maar ernaar kijken was genoeg. Of aan een verse gom ruiken. Een nieuwe lat. Van die dingen. Ik had elke eerste september spijt dat ik had uitgekeken naar die dag. Wist ik toen veel dat twee maanden twee maanden blijven. En vreselijk kort zijn.

Ik maakte de heimwee die ik had nog erger door vervolgens een maand lang te denken wat ik één, twee of drie weken geleden aan het doen was. Daarna werd de vakantie een blur en begon ik naar de volgende uit te kijken.

En nu op kamp. Daarna is de grote vakantie half. Kind zijn is eigenlijk een beetje vreselijk gruwelijk. Maar goed dat de meeste kinderen te kinds zijn om dat ook zelf te beseffen.