Dat we hebben gebarbequed aan een groot meer niet eens zo ver van de stad. Dat ik nog eens in een bos ben gaan pissen. Dat ik heb kunnen wapperen om het vuur aan te krijgen. Dat we een kampvuur hebben gemaakt en voorwaar zelfs een Vlaams lied voor Duits publiek gezongen hebben.

't Zal gaan gedaan zijn met die aanstellerij. Ik geraak wel thuis.