Op de bus, onderweg naar weer meer spetterplezier, wat Nederlands aan het tetteren. Een Pool spreekt me aan met de veel gebruikte openingszin Woherr kommst du. Het zit zo dat veel Polen bij het horen van Nederlands aan een of ander Duits dialect denken en dan de neiging voelen hun schoolduits te etaleren. Het gesprek dat daarop volgt, gaat meestal verder in het Pools, gelukkig maar, want op mijn Duits staan zoveel haren dat het intussen onherkenbaar is geworden.

Maar goed, ik repliceerde dus beleefd:

-Nein, dass ist kein Deutsch, dass ist Niederländisch, veruit de meest gebruikte Duitse zin hier in Krakau.

Bleek die man, een Poolse jongeling met traditioneel Poolse dranklucht, de taal Nederlands niet te kennen, en ook België was hem vreemd. Hij probeerde op allerlei manieren te ontdekken waar dat België van ons dan wel lag.

-Dan kennen jullie Lars von Trier heel goed, zeker?
-Neenee, Lars van Trier is een Deen, wij zijn Belgen.
-Ahja, excuseer.

En even later:

-Vind je Krakau fijn?
-Ja, heel mooi, lijkt een beetje op de stad waar ik vandaag kom.
-Ah, welke is dat dan, Wroclaw?
-Nee, Leuven, wij zijn Belgen, geen Polen.
-Ahja, excuseer, ik dacht dat je Pools was.

Nog een beetje later

-Jullie kunnen wel goed Iers he?
-Neenee, wij zijn Belgen.
-Ja, maar jullie spreken toch Iers?
-Nee, Nederlands.
-Ahja, excuseer.

Nog even later
-Dat Duits van jullie is toch een moeilijke taal.
-Ja, maar alleen, wij spreken Nederlands, geen Duits.
-Ahja, juist.

En daarna heeft-ie het opgegeven en stelde hij zeerrrrr rare vragen in de trant van hou je van dieren en eet je vlees? Een zonderling figuur, maar 't zal ook wel aan de dranklucht gelegen hebben denk ik.