Elf was ik toen ik skeelers kocht. Met rubberen wieltjes want eerder had mijn moeder ook al groene skeelers met plastieken wieltjes voor me gekocht, de paarse had mijn zus. Of andersom, dat maakt niet uit. Het was wel heel lief van mijn moeder om zomaar die rage te voorspellen en naar de speelgoedwinkel te trekken in haar lunchpauze.
Wij mochten skeeleren op de speelplaats. Die was lekker geklinkerd dus het ging vlot, maar niet helemaal - door de voegen. En toen ik viel stond ik recht en skeelerde ik met bebloede knieën verder. Het stond lekker stoer maar echt veel last had ik er ook niet van, al kan ik het litteken zo nog aanwijzen.
Ik heb veel bijgeleerd sinds die dag met die bebloede knieën op de speelplaats, maar hoe ik dat precies deed is me ontgaan in al die jaren. Want het tochtje dat ik onlangs maakte eindigde plat op mijn buik op een overweg. Ja, echt lang kan ik natuurlijk niet blijven liggen om te kijken of alles er nog aanhing, maar dat was gewoon omdat er treinen rijden op die sporen en niet omdat ik geen pijn had.
Wel dus. Het litteken van twaalf jaar geleden speelde wit op temidden van de blauwe knie, maar alles trok weg na een paar dagen leed. Toen ik het nogmaals probeerde, eindigde ik op een tuinstoel met twee kussens en zei ik 's anderendaags op de trein dat de man naast me best eerst zou rechtstaan - het duurt wat langer met een verfomfaaid staartbeen, om van de kwelling van plassen dan nog maar te zwijgen.
Al zit zo'n wc voor de rest wel comfortabel. Als er ergens in Leuven een café is met wc-brillen op de stoelen hebben ze er voor de zomer een stamgast bij.
Wij mochten skeeleren op de speelplaats. Die was lekker geklinkerd dus het ging vlot, maar niet helemaal - door de voegen. En toen ik viel stond ik recht en skeelerde ik met bebloede knieën verder. Het stond lekker stoer maar echt veel last had ik er ook niet van, al kan ik het litteken zo nog aanwijzen.
Ik heb veel bijgeleerd sinds die dag met die bebloede knieën op de speelplaats, maar hoe ik dat precies deed is me ontgaan in al die jaren. Want het tochtje dat ik onlangs maakte eindigde plat op mijn buik op een overweg. Ja, echt lang kan ik natuurlijk niet blijven liggen om te kijken of alles er nog aanhing, maar dat was gewoon omdat er treinen rijden op die sporen en niet omdat ik geen pijn had.
Wel dus. Het litteken van twaalf jaar geleden speelde wit op temidden van de blauwe knie, maar alles trok weg na een paar dagen leed. Toen ik het nogmaals probeerde, eindigde ik op een tuinstoel met twee kussens en zei ik 's anderendaags op de trein dat de man naast me best eerst zou rechtstaan - het duurt wat langer met een verfomfaaid staartbeen, om van de kwelling van plassen dan nog maar te zwijgen.
Al zit zo'n wc voor de rest wel comfortabel. Als er ergens in Leuven een café is met wc-brillen op de stoelen hebben ze er voor de zomer een stamgast bij.
23/09: Een openbare zitting
Nu mijn interimwerk is afgelopen en ik ook geen academiejaar heb om sluimerend mee te beginnen, zijn mijn ochtenden leger dan anders. Korter ook, het spreekt voor zich dat ik halfzeven alleen maar meemaak in de dromen die ik dan nog heb. Maar nuttig is het niet echt en ook qua verrijking heb ik boeiendere periodes gekend. Dus voor ik gisteravond online afsloot, zocht ik op welke metro ik moest nemen om aan het justitiepaleis te komen - nummer twee, zo bleek. En na een ritje van drie haltes en wat zoeken in de gangen zat ik op de bezoekersbanken van het proces tegen Adam G. Ik doe eens iets nieuws, had ik gedacht, en voor ik het geweten had, zat ik op de trein naar Brussel Zuid.
Alle mensen daar waren ofwel druk bezig met de tools die ze meehadden of ze waren kwaliteitskranten aan het lezen. Ik had de mijne thuis laten liggen, dus keek ik aandachtig naar de vloer en meer nog naar het plafond - in de rechterachterhoek was de groene verf een beetje afgebladderd. Dat stoorde wat in die verder sjieke zaal met gouden omlijstingen en schilderijen uit een ander tijdperk. En tegelijk gaf het de zaal iets menselijks. Na het plafond kwam het mensenkijken, de voorkant van de zaal zat gevuld met mensen die niets meer te verliezen hebben in hun leven, zomaar tentoongesteld aan het oog van de toevallige passant, de werkloze, de cameraman die uit is op een traan om ingezoomd te tonen tijdens het jaaroverzicht.
Fascinerend hoe iedereen op dezelfde mensen zat te wachten en hoe die zenuwachtigheid meteen op mij oversloeg. Ik vroeg me af of dat dan empathie was - zó erg voor alle partijen in de zaal, het glazen hokje niet te nauw genomen - of egoďsme, dat je alles meteen op jezelf kan betrekken mocht je dat willen.
Hopelijk was het eerder uit medelijden dat zelfs ik die eerder toevallig in die zaal terechtkwam op mijn lip heb gebeten van spanning toen de voorzitser begon te lezen, oui, oui, oui, oui en dan de commotie die de non veroorzaakte, dat ik toen ook diep heb ademgehaald en in de richting van de ouders heb gekeken. Ik hoop het maar. Mijn fiets stond niet op slot aan het station en hij was niet gestolen, dat was een goed teken toen ik thuiskwam.
Elke dag naar zo'n assisenzaal is volgens mij een geslaagde remedie tegen geluk, al is daar niemand naar op zoek.
Alle mensen daar waren ofwel druk bezig met de tools die ze meehadden of ze waren kwaliteitskranten aan het lezen. Ik had de mijne thuis laten liggen, dus keek ik aandachtig naar de vloer en meer nog naar het plafond - in de rechterachterhoek was de groene verf een beetje afgebladderd. Dat stoorde wat in die verder sjieke zaal met gouden omlijstingen en schilderijen uit een ander tijdperk. En tegelijk gaf het de zaal iets menselijks. Na het plafond kwam het mensenkijken, de voorkant van de zaal zat gevuld met mensen die niets meer te verliezen hebben in hun leven, zomaar tentoongesteld aan het oog van de toevallige passant, de werkloze, de cameraman die uit is op een traan om ingezoomd te tonen tijdens het jaaroverzicht.
Fascinerend hoe iedereen op dezelfde mensen zat te wachten en hoe die zenuwachtigheid meteen op mij oversloeg. Ik vroeg me af of dat dan empathie was - zó erg voor alle partijen in de zaal, het glazen hokje niet te nauw genomen - of egoďsme, dat je alles meteen op jezelf kan betrekken mocht je dat willen.
Hopelijk was het eerder uit medelijden dat zelfs ik die eerder toevallig in die zaal terechtkwam op mijn lip heb gebeten van spanning toen de voorzitser begon te lezen, oui, oui, oui, oui en dan de commotie die de non veroorzaakte, dat ik toen ook diep heb ademgehaald en in de richting van de ouders heb gekeken. Ik hoop het maar. Mijn fiets stond niet op slot aan het station en hij was niet gestolen, dat was een goed teken toen ik thuiskwam.
Elke dag naar zo'n assisenzaal is volgens mij een geslaagde remedie tegen geluk, al is daar niemand naar op zoek.
‘Vorige jaren ging ik met mijn vrouw naar Benidorm in de zomer. Eén keer zijn we naar Málaga geweest, maar dat was toch niet alles – ik wil mij ook thuisvoelen op vakantie en in Benidorm zitten veel Belgen. Maar ons Angčle heeft met Pasen haar heup gebroken en met een rolstoel op een bus kruipen, dat zag ze niet zitten. En dan moesten we nog een ander appartement zoeken. Dus zijn we thuisgebleven dit jaar. Mijn dochter Sandra heeft iets aan zee gekocht en daar ben ik dan in de makro terrasstoelen en een tafeltje voor gaan kopen. Dan kunnen we wat naar de zee kijken. Als het mooi weer wordt scheelt dat niet veel met Spanje.’
Louis was vroeger treinconducteur en sinds hij met pensioen is kweekt hij zelf groenten. ‘Misschien kan ik dit jaar een paar bakken op het terras zetten, met wortelen en spinazie. De meeste tuiniers hebben ook prei staan, maar ik hou niet van preisoep en als ons Angčle soep maakt, dan is het van ze op te eten. ’t Is soms een moeilijk mens, maar ik begrijp dat wel. Wij zijn nog geboren in de oorlog. Nu, ze kan toch geen soep meer maken.’
‘Dat stilzitten is niets voor haar, dan wordt ze ineens koleirig. Toen ik tuinstoelen ging kopen was ze niet mee. Naar de Delhaize komt ze wel met mij, want dan hang ik de boodschappen in dat netje aan haar rolstoel. Veel is het toch niet voor twee personen. Maar met die tuinstoelen op een kar en dan haar ook nog moeten duwen, ik had er de hele nacht van wakker gelegen. Mijn dochter is dan gekomen als ik weg was, om haar op de wc te helpen na het eten.’
‘Ik had maar twee stoelen gekocht, soms komt ons Sandra langs en Angčle zit toch in haar rolstoel de hele dag. Maar dat vond ze niets, een stoel te weinig, dus de volgende dag ben ik teruggegaan om een derde. Dan kan ze daar haar benen eens op leggen.’
Louis was vroeger treinconducteur en sinds hij met pensioen is kweekt hij zelf groenten. ‘Misschien kan ik dit jaar een paar bakken op het terras zetten, met wortelen en spinazie. De meeste tuiniers hebben ook prei staan, maar ik hou niet van preisoep en als ons Angčle soep maakt, dan is het van ze op te eten. ’t Is soms een moeilijk mens, maar ik begrijp dat wel. Wij zijn nog geboren in de oorlog. Nu, ze kan toch geen soep meer maken.’
‘Dat stilzitten is niets voor haar, dan wordt ze ineens koleirig. Toen ik tuinstoelen ging kopen was ze niet mee. Naar de Delhaize komt ze wel met mij, want dan hang ik de boodschappen in dat netje aan haar rolstoel. Veel is het toch niet voor twee personen. Maar met die tuinstoelen op een kar en dan haar ook nog moeten duwen, ik had er de hele nacht van wakker gelegen. Mijn dochter is dan gekomen als ik weg was, om haar op de wc te helpen na het eten.’
‘Ik had maar twee stoelen gekocht, soms komt ons Sandra langs en Angčle zit toch in haar rolstoel de hele dag. Maar dat vond ze niets, een stoel te weinig, dus de volgende dag ben ik teruggegaan om een derde. Dan kan ze daar haar benen eens op leggen.’
‘In de paasvakantie zijn we in Algerije geweest omdat mijn nicht trouwde. En daarom zijn we nu niet op vakantie. Maar dus eigenlijk blijf ik niet het hele jaar thuis, want ik ga ook nog op taalkamp in november.’ Jiyan is net gaan zwemmen met vriendinnen. Ze zien er een beetje verveeld uit, maar in het grijze weer van de laatste dagen lijkt elke elfjarige er wel doelloos bij te lopen.
‘Vroeger ging ik niet graag naar Algerije, omdat ik toch nog geen Frans kon en ik vind het eten ook niet zo lekker. En ik ben wel een beetje bang van mijn nonkel.’ De andere meisjes giechelen, ze zijn duidelijk vertrouwd met de verhalen over een grote man met een donkere snor. Ze zijn spierwit, hebben nog niet veel zon gezien dit jaar. Jiyan steekt donker af tegen haar vriendinnen.
‘Maar dit jaar vond ik het wél fijn. Vorig jaar was ik ook al op taalkamp gegaan en in het vijfde leerjaar leren we Frans, dus deze keer kon ik al soms verstaan wat ze vertelden. En we hebben ook Belgische frietjes gebakken. Want ik vind dat als wij altijd een beetje Algerijns blijven, dat mijn nonkel en tante die nog in Algiers wonen toch op den duur ook een beetje Belgisch worden. Dat vond mijn papa goed gevonden, hij vindt frietjes ook lekker. We moesten dan wel een frietketel gaan kopen omdat ze dat niet hadden. En de frietjes hebben we zelf gesneden.’
‘Vroeger ging ik niet graag naar Algerije, omdat ik toch nog geen Frans kon en ik vind het eten ook niet zo lekker. En ik ben wel een beetje bang van mijn nonkel.’ De andere meisjes giechelen, ze zijn duidelijk vertrouwd met de verhalen over een grote man met een donkere snor. Ze zijn spierwit, hebben nog niet veel zon gezien dit jaar. Jiyan steekt donker af tegen haar vriendinnen.
‘Maar dit jaar vond ik het wél fijn. Vorig jaar was ik ook al op taalkamp gegaan en in het vijfde leerjaar leren we Frans, dus deze keer kon ik al soms verstaan wat ze vertelden. En we hebben ook Belgische frietjes gebakken. Want ik vind dat als wij altijd een beetje Algerijns blijven, dat mijn nonkel en tante die nog in Algiers wonen toch op den duur ook een beetje Belgisch worden. Dat vond mijn papa goed gevonden, hij vindt frietjes ook lekker. We moesten dan wel een frietketel gaan kopen omdat ze dat niet hadden. En de frietjes hebben we zelf gesneden.’
De vader van Vera is eind juni gestorven. ‘Het probleem is dat ik nu niets te doen heb. Probeer maar eens niet na te denken als je niets om handen hebt. Het huis, de strijk, daar houd ik me mee bezig. Het is hier nog nooit zo proper geweest.’ Vera lacht een beetje, maar niet van harte. Al bij al een geluk dat ze een annulatieverzekering had. ‘Dat is ook een twisted verhaal, ik had die verzekering genomen omdat mijn moeder ziek was. Toen zij erdoor was gekomen vond ik het ook zo’n zonde van die tweehonderd euro. En toen is papa van de trap gevallen. Zo, zei mijn moeder, dan is dat geld toch nog goed besteed.’
‘Ik zit hier vaak een beetje in de tuin te staren. Die strandstoel daar, ik vind het aandoenlijk hoe daar onkruid onder samentroept. Het is mijn fout dat er daar zo’n toefje staat, ik heb die strandstoel niet verzet toen ik het gras afreed. Het lukte niet, ik moest denken aan hoe mijn vader tegen een strandstoel een transat zei, of transatlantieker, en hoe hij moest worstelen om die dingen opgezet te krijgen.’
Vera zucht. ‘Dat is de generatiekloof tussen mij en mijn vader. Dat ik strandstoel zei en hij transat. En dat hij is doodgegaan en ik niet. Hij moest het weten, dat ik daarom grimmig naar onkruid zit te gapen hele dagen. Tweehonderd euro kost mij dat, ’t is kostelijk verdriet. Als ik nog zou leven, was dat geen waar geweest, zou hij zeggen. Maar ja, dat heb je dan.’
‘Ik zit hier vaak een beetje in de tuin te staren. Die strandstoel daar, ik vind het aandoenlijk hoe daar onkruid onder samentroept. Het is mijn fout dat er daar zo’n toefje staat, ik heb die strandstoel niet verzet toen ik het gras afreed. Het lukte niet, ik moest denken aan hoe mijn vader tegen een strandstoel een transat zei, of transatlantieker, en hoe hij moest worstelen om die dingen opgezet te krijgen.’
Vera zucht. ‘Dat is de generatiekloof tussen mij en mijn vader. Dat ik strandstoel zei en hij transat. En dat hij is doodgegaan en ik niet. Hij moest het weten, dat ik daarom grimmig naar onkruid zit te gapen hele dagen. Tweehonderd euro kost mij dat, ’t is kostelijk verdriet. Als ik nog zou leven, was dat geen waar geweest, zou hij zeggen. Maar ja, dat heb je dan.’
‘Het geld is op,’ zegt Bianca, ‘mijn nieuwe borsten hebben 2500 euro gekost, dus vakantie zit er niet in. Maar goed,vaak op café en als het mooi weer is naar Blankenberge, in bikini op het strand liggen. Eigenlijk zon ik liever monokini, zeker nu, maar dat is niet goed voor de littekens, dan gaan ze zichtbaar blijven.’ Bianca’s decolleté laat er geen twijfel over bestaan, dit is vakwerk van de beste soort, samengeperst in een bloesje dat duidelijk te klein is.
‘Ik heb nog niet al mijn kleren vervangen,' lacht ze schuchter. 'Dit is een C en vroeger had ik een A’tje – dat vond ik niet serieus. Maar het knelt allemaal dus wat af, maar dat vind ik eigenlijk wel oké, ik heb geen twee jaar gespaard om dat allemaal weg te steken. Het is alleen wat wennen dat de mannen er zo naar kijken.’
Bianca is in april geopereerd. Bewust natuurlijk. ‘Dan is alles al wat genezen, ik heb wel afgezien. Eigenlijk wou ik in december al, maar toen zat de chirurg vol. ’t Is een hele populaire. Dat vond mijn vriend dan weer onnozel, dat ik daar vijfhonderd euro meer voor betaalde. Maar hij heeft graag dat ik bh’s draag van dure merken, dan vind ik het maar normaal dat ik daar kwaliteit in steek. Allez, het is toch ook dat ze lang moeten meegaan. Een nieuwe bikini heb ik al.'
'Allez, drie dan,' geeft ze toe als haar vriend verongelijkt kijkt. 'Maar allemaal van de solden.’
‘Ik heb nog niet al mijn kleren vervangen,' lacht ze schuchter. 'Dit is een C en vroeger had ik een A’tje – dat vond ik niet serieus. Maar het knelt allemaal dus wat af, maar dat vind ik eigenlijk wel oké, ik heb geen twee jaar gespaard om dat allemaal weg te steken. Het is alleen wat wennen dat de mannen er zo naar kijken.’
Bianca is in april geopereerd. Bewust natuurlijk. ‘Dan is alles al wat genezen, ik heb wel afgezien. Eigenlijk wou ik in december al, maar toen zat de chirurg vol. ’t Is een hele populaire. Dat vond mijn vriend dan weer onnozel, dat ik daar vijfhonderd euro meer voor betaalde. Maar hij heeft graag dat ik bh’s draag van dure merken, dan vind ik het maar normaal dat ik daar kwaliteit in steek. Allez, het is toch ook dat ze lang moeten meegaan. Een nieuwe bikini heb ik al.'
'Allez, drie dan,' geeft ze toe als haar vriend verongelijkt kijkt. 'Maar allemaal van de solden.’
‘Les vacances, ça j’ aime bien.’ Toen hij veertig jaar geleden naar België vluchtte, kwam Dieudonné in Luik terecht en later is hij verkast naar Antwerpen en Brussel. Hij heeft nooit een paspoort vastgekregen. ‘Ik heb het één keer geprobeerd, formulieren invullen en afgesnauwd worden. Niets natuurlijk, maar ik heb geen voet buiten België gezet die veertig jaar. Mij krijgen ze niet terug.’
'Vroeger, als kind, heb ik nooit vakantie gehad. Wij gingen niet naar school en er moest altijd vanalles gebeuren. Daarom kijk ik nu graag naar de toeristen hier. Dat leven heb ik nooit gehad, onbezonnen chocolade kopen en over de markt wandelen. Een terrasje doen en niet nadenken over waar iedereen ’s nachts moet slapen.’
Dieudonné zelf maakt zich ook geen zorgen meer en al zeker niet in de zomer. ‘Toeristen geven geld zonder dat je echt bedelt. Als ik een bekertje voor me zet en gewoon een beetje vooruit tuur kom ik vanzelf wel aan vijf, zes euro voor iets om te eten uit de express. In de vakantie is alles gemakkelijker. In de winter moet ik daar vaak aan denken, dat het uiteindelijk toch terug zomer wordt.’
'Vroeger, als kind, heb ik nooit vakantie gehad. Wij gingen niet naar school en er moest altijd vanalles gebeuren. Daarom kijk ik nu graag naar de toeristen hier. Dat leven heb ik nooit gehad, onbezonnen chocolade kopen en over de markt wandelen. Een terrasje doen en niet nadenken over waar iedereen ’s nachts moet slapen.’
Dieudonné zelf maakt zich ook geen zorgen meer en al zeker niet in de zomer. ‘Toeristen geven geld zonder dat je echt bedelt. Als ik een bekertje voor me zet en gewoon een beetje vooruit tuur kom ik vanzelf wel aan vijf, zes euro voor iets om te eten uit de express. In de vakantie is alles gemakkelijker. In de winter moet ik daar vaak aan denken, dat het uiteindelijk toch terug zomer wordt.’
Voor haar verjaardag aan het begin van de grote vakantie heeft Alina een nieuw fietsje gekregen en daar fietst ze nu de hele dag op. Alina is zo’n meisje met blonde staartjes en blauwe ogen. Eigenlijk ziet Alina eruit als de Lebensbornkinderen die in de jaren veertig een tijdje populair waren. En met dat roze fietsje is het helemaal af.
Ze gaat niet op vakantie dit jaar. ‘Alina amuseert zich hier ook wel, zeker met een nieuwe fiets,’ zegt haar mama. ‘Met oma een ijsje eten in de stad, dat is voor haar even exotisch als een Egyptisch strand. Mijn man en ik gaan een week naar Toscane. Voor Alina hebben we een zwembadje gekocht. Groot genoeg om in te bewegen, niet zo’n ploeterdingetje. Als de zon nu nog zou schijnen.’
Alina vindt het fantastisch, fietsen in het park. Ze kan al op twee wielen rijden, ook al is ze nog maar vijf. ‘Dat komt omdat haar vorige fietsje zo kapot was. Haar zijwieltjes stonden naar boven geplooid waardoor ze er toch niet meer op steunde. Ze heeft dus eigenlijk vanzelf leren fietsen.’
‘Na de zomer ga ik naar het eerste leerjaar.’ Alina peddelt voorbij. Ze zwalpt nog wat en even later begint het te regenen. Mama moet een beetje rennen om haar dochter bij te houden. Het worden pannenkoeken in plaats van een ijsje vanmiddag.
Ze gaat niet op vakantie dit jaar. ‘Alina amuseert zich hier ook wel, zeker met een nieuwe fiets,’ zegt haar mama. ‘Met oma een ijsje eten in de stad, dat is voor haar even exotisch als een Egyptisch strand. Mijn man en ik gaan een week naar Toscane. Voor Alina hebben we een zwembadje gekocht. Groot genoeg om in te bewegen, niet zo’n ploeterdingetje. Als de zon nu nog zou schijnen.’
Alina vindt het fantastisch, fietsen in het park. Ze kan al op twee wielen rijden, ook al is ze nog maar vijf. ‘Dat komt omdat haar vorige fietsje zo kapot was. Haar zijwieltjes stonden naar boven geplooid waardoor ze er toch niet meer op steunde. Ze heeft dus eigenlijk vanzelf leren fietsen.’
‘Na de zomer ga ik naar het eerste leerjaar.’ Alina peddelt voorbij. Ze zwalpt nog wat en even later begint het te regenen. Mama moet een beetje rennen om haar dochter bij te houden. Het worden pannenkoeken in plaats van een ijsje vanmiddag.
11/02: Ik wens niets meer
Ik mag dan wel niet gelovig zijn, ik ben wel bijzonder bijgelovig. Op een bijna compulsieve manier zoek ik dingen die geluk kunnen brengen. Een buitenlandse nummerplaat, bijvoorbeeld, brengt geluk, vind ik, dus ben ik altijd blij als ik in de Redingenstraat een Bulgaarse auto zie en op Parking Bodart een stuk of vier Poolse. Dat er in de Redingenstraat vast een Bulgaar woont en dat Parking Bodart nogal dicht bij de kringwinkel ligt heeft daar vooral niets mee te maken. Op een dag, hou je vast, heb ik een auto gespot met een nummerplaat uit Florida.
Ik wens al wat mogelijk is als ik een wimper vind, en vervolgens ben ik bang dat het een wenkbrauwhaartje was. Examen na examen heb ik intussen al zeven semesters lang elke wimper verspild aan wensen dat ik erdoor zou zijn, en semester na semester was ik op alles door. Je moet geen genie zijn om daar een beetje van geďmporteerd geluk in te gaan zien.
't Was vooral selectief geluk, want tussendoor, op dagen dat ik veel wimpers verloor - dat waren dan vooral de dagen waarop ik moe was en veel in mijn ogen wreef - wenste ik andere dingen, zoals dat mijn ouders niet zouden scheiden (wat, gelukkig, wel gebeurde), dat ik de man van mijn leven zou tegenkomen in het station (wat niet gebeurde), dat de zieke papa van een vriendin een beetje beter zou worden (wat gebeurde). En de jongen waar ik jaren geleden op verliefd was werd niet mijn vriendje, ondanks de gigantische vallende ster die ik eerder die avond mocht zien.
Het botst met de rest van mijn gedachtengoed, dat atheďstisch is en niet gelooft in de manipuleerbaarheid van dingen, of toch niet door wimpers die ik wegblaas. Dus ik ben ermee gestopt, vorige week. Geen wensen meer. Er mogen sterren op mijn hoofd vallen, het mag klavertjes vier gaan regenen. Ik ben niet opgehouden met in mijn hoofd dingen te willen, ik geloof gewoon niet meer dat ze uitkomen door triviale feiten.
Alleen nog dromen. Ik heb al meer dromen weten uitkomen dan wensen, bovendien.
Ik wens al wat mogelijk is als ik een wimper vind, en vervolgens ben ik bang dat het een wenkbrauwhaartje was. Examen na examen heb ik intussen al zeven semesters lang elke wimper verspild aan wensen dat ik erdoor zou zijn, en semester na semester was ik op alles door. Je moet geen genie zijn om daar een beetje van geďmporteerd geluk in te gaan zien.
't Was vooral selectief geluk, want tussendoor, op dagen dat ik veel wimpers verloor - dat waren dan vooral de dagen waarop ik moe was en veel in mijn ogen wreef - wenste ik andere dingen, zoals dat mijn ouders niet zouden scheiden (wat, gelukkig, wel gebeurde), dat ik de man van mijn leven zou tegenkomen in het station (wat niet gebeurde), dat de zieke papa van een vriendin een beetje beter zou worden (wat gebeurde). En de jongen waar ik jaren geleden op verliefd was werd niet mijn vriendje, ondanks de gigantische vallende ster die ik eerder die avond mocht zien.
Het botst met de rest van mijn gedachtengoed, dat atheďstisch is en niet gelooft in de manipuleerbaarheid van dingen, of toch niet door wimpers die ik wegblaas. Dus ik ben ermee gestopt, vorige week. Geen wensen meer. Er mogen sterren op mijn hoofd vallen, het mag klavertjes vier gaan regenen. Ik ben niet opgehouden met in mijn hoofd dingen te willen, ik geloof gewoon niet meer dat ze uitkomen door triviale feiten.
Alleen nog dromen. Ik heb al meer dromen weten uitkomen dan wensen, bovendien.
25/01: Het genre der chocumentaire
Als er een nieuw woord wordt gemaakt voor documentaires die mensen choqueren, dan is er iets aan de hand met de wereld, dacht ik toen ik in de Morgen het artikel las over de, jawel, chocumentaire over Bulgaarse weeskinderen die, treurig genoeg, vaak nog ouders blijken te hebben en toch uiteindelijk niemand.
Er hangt zoveel af van het land waarin je bent geboren en van de geschiedenis ervan. Maar goed, daar gaat het niet over, dat heeft professor Detrez al uitgelegd in De Morgen van 22 januari. Ik heb een semester les gehad van Detrez en er overviel mij een raar gevoel van fierheid, alsof ik belangrijker word omdat mensen die mij iets geleerd hebben andere mensen ook iets leren. Ja, omdat ik het al geleerd had. Dat is, eerlijk zijn, heel erg triest, want boven het citaat van ooit mijn prof staarde een foto van een kindje met blauwe vliezen op zijn ogen naar mij. Het kindje zelf was blind, maar ik voelde hoe dan ook een zweem van trots.
Al mijn voornemens voor het jaar 2008 zijn strikt geheim of zouden dat moeten zijn, maar hier is er eentje dat iedereen moet weten: ik kijk dit jaar naar geen enkele chocumentaire. Ik heb een erg weke ziel. Ik huil als Phoebe trouwt in Friends. Écht huilen, that is, niet het soort snotteren van ontroering dat mensen weleens hebben. En als twee woorden rijmen in een gedicht, dan krijg ik een krop in mijn keel ter hoogte van mijn strottenhoofd. Soms, dan moet ik wenen van reclamespotjes voor mobiele belmaatschappijen.
De idee van een lach en een traan is mij totaal vreemd. Eén traan en het hek is volledig van de dam. Chocumentaires hebben ongetwijfeld een hoger, nobel doel te dienen, maar aan mij is het niet besteed. Ik houd mijn hart alvast vast voor de trailers.
Er hangt zoveel af van het land waarin je bent geboren en van de geschiedenis ervan. Maar goed, daar gaat het niet over, dat heeft professor Detrez al uitgelegd in De Morgen van 22 januari. Ik heb een semester les gehad van Detrez en er overviel mij een raar gevoel van fierheid, alsof ik belangrijker word omdat mensen die mij iets geleerd hebben andere mensen ook iets leren. Ja, omdat ik het al geleerd had. Dat is, eerlijk zijn, heel erg triest, want boven het citaat van ooit mijn prof staarde een foto van een kindje met blauwe vliezen op zijn ogen naar mij. Het kindje zelf was blind, maar ik voelde hoe dan ook een zweem van trots.
Al mijn voornemens voor het jaar 2008 zijn strikt geheim of zouden dat moeten zijn, maar hier is er eentje dat iedereen moet weten: ik kijk dit jaar naar geen enkele chocumentaire. Ik heb een erg weke ziel. Ik huil als Phoebe trouwt in Friends. Écht huilen, that is, niet het soort snotteren van ontroering dat mensen weleens hebben. En als twee woorden rijmen in een gedicht, dan krijg ik een krop in mijn keel ter hoogte van mijn strottenhoofd. Soms, dan moet ik wenen van reclamespotjes voor mobiele belmaatschappijen.
De idee van een lach en een traan is mij totaal vreemd. Eén traan en het hek is volledig van de dam. Chocumentaires hebben ongetwijfeld een hoger, nobel doel te dienen, maar aan mij is het niet besteed. Ik houd mijn hart alvast vast voor de trailers.