17/01: Het Bed

"Je moet het hoofdeind van je bed hoger zetten dan het voeteneind, dat wil weleens helpen."

Lighygiëne, heet dat. Ik heb de laatste tijd last van maagzuur en ontstoken slokdarmen en hele maaltijden die nog eens in mijn mond terechtkomen. Soms voel ik mij een koe en een mens gaat met zoiets al eens naar de dokter. Eén keer, twee keer. En daarna heb ik met glans een gastroscopie doorstaan bij een andere dokter. Die zei me dus dat ik het hoofdeind van mijn bed hoger moest zetten. Dat wil blijkbaar wel eens helpen.

(De binnenkant van mijn maag is met brille geslaagd.)

Ik verzweeg dat ik geen bed had. Tot voor kort was ik iemand die op een matras sliep op de grond. Slecht voor de rug, slecht voor de matras, slecht voor de maag, goed voor de portefeuille. Als freelancer moet je soms overwegingen maken.

Ik kocht toch maar een bed. Een nieuwe matras. Zette het hoofdeind van mijn bed hoger. Niet zomaar hoger. Onder de poten van mijn bed liggen, tussen twee planken, aan weerszij een Komrij tweeduizend en enige gedichten. Vind anders maar eens twee boeken die dik genoeg zijn.

Soms voel ik het water dat ik dronk stilletjes mijn lichaamstemperatuur aannemen. Het is fris, keert terug, is dan wat warmer, verdwijnt weer in de krochten van mijn maag, en als het dan nog eens naar boven kruipt is het netjes de 37° van mijn binnenkant. Er zit vast een wetenschappelijke mogelijkheid in mijn reflux.

Het wil wel eens helpen. Misschien heb ik de verkeerde schrijver genomen.

05/01: Twee winters

Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Winters ontgoochelen niet vaak. Ofwel zijn ze lekker koud, dit jaar. Dan ligt er sneeuw en wil iedereen de vertragingen en afgeschafte, overvolle, vochtige treinen door de vingers zien eens ze uit de vensters kijken naar de velden tussen Begijnendijk en Aarschot.

Ofwel moeten we niet veel stoken, dit jaar. Er is altijd wel een lichtpunt in de winter. Al is het kerstmis maar, of de lente die naakt.

In de zomer wil ik altijd de heetste dag van de eeuw, de felste regenbui, het onweer met de meeste bliksems (waardoor het dag wordt 's nachts), een crisis graag ook die de regering noopt tot het verbieden van auto's wassen, bovenleidingen die smelten, treinen die trillend aangereden komen - daar leef ik voor in de zomer, en vaak komt ze niet verder dan één of twee warmste dagen van het jaar, een overstrominkje in Bertem, een trein die vol bezwete mensen zit.

Ik neem het vliegtuig deze zomer, recht naar de Zuid-Afrikaanse winter. Die is zacht en Afrikaans, en vol dingen die ik nog niet ken. Dat kan dus alleen maar heel hard meevallen, als was het maar, in extremis, omdat ik drie weken niet zal moeten stoken. Maar vast anders ook.
Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Mijn buren hebben de doos van hun gourmetstel buitengezet voor het oud papier morgen. Ik woon op het derde en ben te lui om nu nog mijn kranten naar beneden te sjouwen.

Ze lagen buiten in de regen, in de sneeuw, in de vrieskou, in de dooi.

De doos van het gourmetstel van mijn buren is nieuw - de hoekjes zijn nog hoekjes en de flap is nauwelijks gescheurd. Ik denk: zij deden vorig jaar fondue en wilden dit jaar wel wat nieuws leren kennen.

Gourmet kende ik al, maar ook mijn jaar stond bol van nieuwe dingen.

Ik werd zelfstandige op 1 januari. Ik kocht zo'n plooifiets waardoor ik nu één van die mensen ben die fietst tussen de pendelaars. (Maar niet in Leuven, in Leuven zou je zot zijn dat te doen) Ik haalde een rijbewijs nadat ik eerst nog een keertje buisde, om het af te leren. Ik zag een stuk Polen dat niet hip was, niet mooi en ook niet vriendelijk. Ik factureerde zelf mijn eigen loon. Ik had knallende ruzie met mijn ma, verving een autoband, had weer lang haar.

Mijn nagels waren vaak gelakt dit jaar.

Ik verhuisde, betaalde altijd keurig op tijd mijn huur, panikeerde toen ik twéé keer mijn huur betaalde en mijn rekening plots laag stond. Ik kreeg een eindejaarspremie waar ik niet op rekenede. Ik kocht een bril en had prompt minder hoofdpijn - wat ik spaarde aan nurofen gaf ik uit aan Maalox - ik draaide er de laatste twee maanden hele hopen Maalox door.

Ik droeg mijn eigen kerstboom drie verdiepingen naar boven, solo. Ik verzwikte mijn enkel, viel plat op mijn buik op een overweg (krabbelde recht), verbrijzelde, gevoelsmatig dan, mijn staartbeen. Ik werd niet zat op mijn verjaardag.

De beste jaren hebben een lach, een traan, een onverwachte meevaller en altijd iets dat nog ontbreekt, zodat het jaar erna zwanger van verwachting kan beginnen.

Ik heb dat afsluiten en aanvangen altijd vreemd gevonden. Net zoals de bovenmenselijke neiging tot het slecht bakken van kleine stukjes vlees aan wat een feestdis zou moeten zijn.
Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Ik ben misleid door wat reclames me beloofden.

Het ligt allemaal in mijn badkamer. Vroeger, waar ik toen nog woonde, rook het in de badkamer meestal naar zonnecrème of de shampoo die me aan chirokampen deed denken of krokodillentandpasta of, tijdens de lange kille winters, naar het parfum dat mijn moeder gebruikte de eerste kerstavond dat ik me geuren kon herinneren. Ik weet niet meer welk jaar, niet meer welk parfum.

In mijn nieuwe, huidige badkamer ruikt het vooral naar putteke. Putteke zegt niet elegant - een levensstijl die ik me anders graag wil aanmeten. Putteke zegt vies, en vuil, en dit is een huis waarin in niet lang wil zijn. Een houding die ik me als huurder niet kan permitteren, ik betaal om hier te mogen zijn, met name.

Dus werd ik verleid door die reclame waarin een pinguïn de woning deelt met één of ander ander dier en samen met hem kinderen opvoedt van nog een ander ras. Dat slaat op niets, maar in hun huis ruikt het lekker en niet naar de dode vis en antilopes die ze samen als avondmaal gebruiken. Dat leek me dus wel wat en deed ik wat zij deden: een geuroffensief waaraan geen putteke weerstand zou kunnen bieden.

Dus kocht ik een potje vol blauwe gelei die naar oceaan rook en ook een stukje plastic met een velletje oceaan in, en ook een flesje met zo'n wiek die je moet optrekken waardoor de hele wereld eromheen naar oceaan gaat ruiken (kunstmatige geur, staat er op het flesje). En even ging dat goed. Even was mijn badkamer een walhalla van oceanen, riffen van de kleurrijkste koralen en scholen van vissen die eigenlijk niet bestaan, omdat het natuurlijk niet de geur is van een echte oceaan, maar die van een kunstmatige. Maar wat zou dat, ik heb nog nooit de echte oceaan zo lekker weten ruiken als mijn badkamer op zijn hoogtepunt.

Helaas is het een hardnekkig putteke. Dus voorlopig ben ik maar bij tijden elegant in mijn badkamer. Als ik net gedoucht heb met veel zeep en shampoo, of als ik de wiek van mijn oceaan even maximaal opentrek, dan ook. Verder niet. Net goed, mijn badkamer bleek geen kuuroord vanochtend toen ik mijn adem zag voor ik verzwolgen werd door het warme water van mijn douche.

Elegantie is iets voor mijn slaapkamer, mijn woonkamer, mijn zweem van keuken ook. Daar ruikt het naar parfums die ik gebruik op kerstavond en daarbuiten, naar waspoeder en hele zachte slaap, of naar kerstboom en geurkaars van ikea, of versgemaakte veenbessen met kaneel of chocoladepudding en een heel klein beetje verse melk.



Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Het leukste aan een pakje opendoen is die ene tel waarop het papier los is en het pakje nog niet zichtbaar. Alle levensvreugde die ik als kind ooit voor de dag legde kwam telkens weer samen in die ene tel, jaar na jaar na jaar. Ergens is dat verloren gegaan, maar een pakje opendoen blijft leuk.

Ooit kreeg ik een groot, lomp pak. Ik was vijf en daarom vertrouw ik mijn herinnering niet als ik denk te weten dat het in de brievenbus stak met een briefje van mijn vader bij. Misschien moet ik vragen aan mijn moeder of het ging zoals ik het nog weet, maar misschien is het leuker samen met mezelf te doen alsof het klopt. Ik werd vijf, kwam thuis van school, keek in de brievenbus, vond een groot lomp pak met een briefje van mijn vader bij, ging naar binnen, peuterde het open met in die ene tel alle vreugde van de wereld - alsof ik tegelijk genezen was van alle ziektes die een mens kan hebben, de lotto won en een bestseller geschreven had.

Eén tel was één groot lomp pak alles wat ik nodig had. Er zat een babar in van pluche wiens vestje ik kon uitdoen en zelfs zijn slagtanden waren zacht en aaibaar. Ik ben vergeten wat er in de brief stond, dus misschien heb ik die wel écht verzonnen.

Een pluchen babar is het laatste kadootje van mijn vader. Hij zit niet op facebook, dus misschien vergeet hij daarom al zeventien jaar op rij een pakje op te sturen. Het leuke aan 2009 is dat je zo'n dingen daarop kan gaan steken. Als ik niet even naar beneden scrol weet ik vaak ook niet wie ik moet feliciteren.

Zij die niet op facebook zitten hebben dus geen weet meer van verjaardagen en zenden geen babars meer uit. Een jammerlijke evolutie, maar misschien zou het vandaag de dag een plop geworden zijn en plop is toch maar een ontzettend lelijke kabouter, anders dan babar wiens slagtanden zelfs aaibaar waren.
Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Ik heb als kind een boek gelezen waarin een arm jongetje in de zoo een gratis pak frieten krijgt met een worst erbij en ook een cola. Dat vond ik toen zo mooi dat ik het zeker zeven, acht keer opnieuw gelezen heb, en telkens begon ik te huilen bij dat gratis pakje frieten in de zoo.

Het gebeurt niet vaak dat ik een krop ik de keel krijg van mijn eigen daden, maar vanmiddag wel.

Ik liep over de meir omdat ik roze accessoires nodig had voor een barbiefeestje straks. Ik ben gelukkig maar geboren in een land waarin zelfs mensen die niet eens zo erg goed hun boterham verdienen altijd wel geld over hebben voor een potje roze nagellak en roze handschoentjes. En waarin er ook voldoende winkels voorhanden zijn om mij – en met mij alle anderen – in die dwaze behoeften te voorzien.

En ik ben ook geboren in het land van enkele anderen, die een bordje van gekreukt karton maken met daarop ‘ik heb honger’ en de hele dag op hun knieën zitten op zoek naar genoeg kleingeld voor een broodje in te dure sandwichbars.
Misschien is het niet waar wat ze zeggen, moeten ze het allemaal afgeven aan een obscure organisatie die er valse diamanten voor namaakverlovingsringen die mannen kopen die arm zijn zonder dat hun vrouw het weet, waarna die ring stukgaat na een tijdje en daarmee meteen ook hun verloving. Je weet dat niet.

Maar met het licht op het barbiefeest vanavond, en eigenlijk altijd, zie ik hun bedoelingen wat rozer. Dat ze in de vroege voormiddag op de meir zitten impliceert voor mij alvast de afwezigheid van iets beters te doen hebben. Een job of een bijscholingscursus tot dakwerker of masseur aan de vdab - en een halve dag op je knieën zitten is niemands hobby. En als zo’n mensen geld hadden voor eten zaten ze al lang binnen.

Ik geloof die mensen graag – of toch voldoende om niet onbewogen te blijven voor hun vuile jas, hun wak kartonnetje en hun klef bekertje vol kopergeld. Meer dan dat kreeg de dakloze man in mijn straat nog niet, dus kwam mijn karma ook nog niet veel verder dan misschien wat mayonaise op zijn broodje.

Vanmiddag kocht ik twee muffins voor een dakloze man op de meir. Ik had nog kleingeld over na de aankoop van een potje roze nagellak en roze handschoentjes, genoeg voor twee muffins en een flesje spa. Ik stond lang te twijfelen over de keuze, voor soep was het nog niet voldoende winter buiten en hij zag er nog vies uit ook.

Lusten dakloze mensen alles? Moet dat? Lust je, als je arm bent, de facto witloofsoep en minestrone? Het zijn alvast niet mijn favorieten en ooit oogst ik wat ik gezaaid hebt, en dan oogst ik liever muffins.

19/11: Ogen

Ik moest naar de oogarts. Dat was ook weer acht jaar geleden.

Voor een tandarts poets ik steeds belachelijk lang mijn tanden en toen ik ooit met een voetprobleem naar een dermatoloog moest nam ik een voetbad van waarschijnlijk toch een uur. Misschien zat daar het probleem, maar soit.

Voor een oogarts kende ik de procedure niet. Moest ik mijn ogen ontschminken voor de zekerheid, om alle vastgekoekte mascara weg te krijgen van feestjes waarvan ik te laat thuiskwam om me nog helemaal te ontdoen van alle kleur en 's ochtends te moe was om er deftig aan te denken? Moest ik mijn ogen spoelen met het fysiologisch water dat ik graag op kamp gebruik om de vermoeidheid wat te breken? Mijn wenkbrauwen epileren en mijn wimpers krullen? Ontkrullen?

Zo'n oogarts komt toch ook dicht bij je gezicht, dacht ik. Dus poetste ik mijn tanden zes minuten aan een stuk en floste wat. En toen ik daar voor de spiegel stond besloot ik wat haartjes weg te trekken, niet dat zij daar naar kijkt maar het moest maar eens, natuurlijk. En even later waste ik mijn gezicht twee keer en smeerde ik dagcrème die lekker ruikt. Ik was vast de friste patiënte van de oogarts, gisteren.

Is het geloofwaardig een boek te lezen in de wachtkamer van de oogarts? Of denkt zij: zij die dat nog kunnen, kunnen voort - om zich dan te focussen op de halfblinden die na mij een afspraak hadden? Steek ik hen de ogen uit met mijn oranje boek met zwarte letters - wat constrastueel gezien misschien een slechte zaak is? Of doen ze allemaal, voor de schone schijn, alsof ze de focus knack van juni lezen die op de tafel ligt?

Ik nam het mee omdat ik er te graag in lees en daar eigenlijk te weinig tijd voor maak - door de week is er werk en programma's die ik daarvoor moet volgen en dictieles en 's avonds hele moë ogen - meteen de reden voor mijn bezoekje gisteren. En van het weekend hebt u ook al gehoord, veel tijd om te lezen blijft er niet over.

Zo bereidde ik mij op de oogarts voor.

Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Vertelde ik al van de klantendienst van Telenet?

Ik nam een interntabbonement met digitale televisie bij. Zoiets heet dan Shake, misschien omdat het hipper klinkt. Omdat ik een bepaald bedrag betaal per maand, krijg ik ook graag een bepaalde dienst terug. Supersnel internet, bijvoorbeeld, zoals mij beloofd werd op - o ironie - hun supertrage site.

Daar zat er een kink in de kabel (de woordspelingen zijn niet van de lucht). Dus na installateur één sommeerde ik een technieker. Zelfs dat ging niet van een leien dakje, want Marije had mijn klantennummer nodig en dat had ik op mijn werk niet bij de hand, waardoor het avond was toen Erwin mij kon helpen, natuurlijk zonder daar mijn klantennummer voor te vragen.

Wél al mijn gegevens, tot ik zei: kerel, hebt gij daar geen dossierke liggen met dat in?

Ja, zei hij, inderdaad, ik heb dat hier.

Ik mij dus maar kwaadmaken op Marije terwijl ik intussen Erwin aan de lijn had. Dat is natuurlijk geen avance, dus liet ik het er maar bij. Ik zat - wachttijden indachtig - een dag langer zonder internet, maar kreeg uiteindelijk toch een technieker op bezoek. Die het probleem dàcht op te lossen, maar dat niet deed. Tegen dat ik dat in het snotje had waren hij en zijn knalgele camionette natuurlijk al lang de hoek om.

Ik dus naar de klantendienst gebeld. Het was noch Marije, noch Erwin die keer, maar een derde Callhuman die we Kirsten zullen noemen. Kirsten stelde mij voor even de kabel uit te trekken en weer in te steken. Dat hielp niet. (Natuurlijk niet) Dus kreeg ik Michael aan de lijn die mij hetzelfde voorstelde, en daarna ook nog Ludo met dito ideeën in zijn hoofd.

Kabel uittrekken, kabel insteken, internet werken? Bullshit, zei ik, en zo werkt het voor mij niet. Ik wil internet dat werkt zonder dat ik iemand moet aannemen om aan de kabel te staan pulken.

Maar mevrouw, probeerde hij.

Niks van, zei ik, voor mijn part smijt ik hem naar beneden van op mijn derde verdiep en ga ik hem weer halen en werkt hij terug, maar dat is mij teveel gedoe. Ik betaal, jullie leveren terwijl ik op mijn gat zit. Dàt is toevallig onze deal omdat ik niets van internet ken.

Ja mevrouw, bent u woensdagmiddag thuis om een technieker te ontvangen?

Ik kan daarvoor zorgen, zei ik, en dan legde ik waardig af.

Tevoren zeg ik altijd tegen zulke mensen: het spijt me als ik me kwaad moet maken. 't Is dat de CEO van Telenet zo onbereikbaar in zijn hokje zit.

Vaak zeggen ze: ja, dat begrijpen wij. (Dat zit in hun opleiding, denk ik."Ik ga geen factuur betalen tot het in orde is." - "Dat begrijpen wij.") (Zij kunnen er niet veel aan doen, dat begrijp ik dan weer.)

Onnodig te zeggen dat het ook de nieuwe technieker niet gelukt is mijn internet te maken. Hij zei: het is een nieuw soort modem. We kennen dat nog niet.

Ik zei: ik ben een proefkonijn?

Hij zei: we moeten dat toch ergens testen.

Ik zei: niet in mijn living. Bouw een proefhuis of zorg ervoor dat de dingen werken voor ge ze gaat installeren bij klanten die betalen voor altijd evensnel internet, zoals beloofd. (En toen ik zag dat hij begon te sputteren:) Wilt u misschien een glaasje water?

Hij zei: ja, maar verliet even later stiekem onverrichterzake mijn appartement.

Toen wilde men mij een derde technieker over de vloer steken en daarmee had ik het gehad. Dus uitzonderlijk kreeg ik het SWAT-team op bezoek, twéé ingenieurs met een apple onder de arm, die al mijn problemen zouden oplossen (behalve dan misschien het feit dat ik in mijn keuken maar twee gaspitten heb en dat toch weinig is, vantijd).

Ze waren niet vriendelijk. Het lag eraan dat er nogal veel draadloze netwerken in de buurt van het mijne hangen, en die gaan interfereren met elkaar.

Ik zei: dus iedereen hier heeft daar last van?

Zij zeiden: ja. waarschijnlijk heeft er niemand hier 100 procent van zijn internet.

Ik zei: wat? Dus die mensen worden stuk voor stuk in het zak gezet?

Zij zeiden ja. En ik was te verbouwereerd om nog te antwoorden, maar begon wel te dromen van een stille revolte in mijn straat, met een bestorming van het telenetgebouw, liefst met knalgele pamfletten en kartonnen borden met spreuken in drie talen.

Ze konden wel maken wat er stuk was. En bij het vertrek kreeg ik een kabel in mijn hand geduwd. Voor als mijn modem niet meer werkt.

Ik zei: dus ook al betaal ik voor draadlòòs internet, dan nog mag ik me met een draad behelpen?

Zij zeiden: als het niet werkt hé.

Ik zei: als het niet werkt, dan kunt ge terugkomen.

En daarmee was de telenetkous af.
Categorie: De pot nat
Door: Maartje
Ik ging alleen wonen. Niet omdat ik moest, er woonde geen kolonie monsters onder mijn bed en ik woonde ook niet eerst in Doel tot mijn huis plaats moest maken voor een container waarin scholen met verbouwingen ook weleens kleuterklasjes maken. Er komt gewoon een moment waarop de idee van een eigen huis met een eigen sleutel aantrekkelijker is dan huur te moeten betalen aan mijn moeder omdat ik nu eenmaal geld verdien. Niet dat ik daar ooit mee inzat, maar soit.

De kleuren van mijn leven werden feller in mijn eigen appartement. Het is wel wat om niet te moeten zeggen waar ik ben en tot wanneer, en het is stiekem ook heel leuk mijn eigen melk te hebben. En ontbijtgranen te kunnen kiezen rather dan te moeten eten wat er in de dozen thuis zit. Zoiets en ook wel iets met ademruimte en poriën die opengaan.

Maar in de loop van het project komt er een zondagochtend waarop ik weet: het volgende woord dat ik zal zeggen is het alweer mààndagochtend en dan nog tegen collega's en niet tegen mijn minnaar met wie ik elke maandagochtend afspreek ik het AC Hotel nabij de E314 in Heverlee.

Meestal plan ik dan een uitje naar de bakker en moet ik mijn zielige zelf ongelijk geven, maar helaas enkel om even later alléén een pistoleetje te gaan smeren. Dus dat helpt ook niet veel, net zomin als het zwembad dat niet voorziet in oplossingen voor mensen met een te dure vouwfiets.

Zo veranderde er veel. Door de band genomen werd mijn leven leuker, maar ik had er nooit écht rekening mee gehouden dat zo'n beweging toch altijd naar twee kanten gaat. Leuker, ja, maar minder leuk dan blijkbaar ook.

Als ik 's nachts niet verzwolgen word door stomende minnaars, komt het weleens voor dat ik ervan droom de Bond zonder Naam ongelijk te kunnen geven.
Er zijn een aantal dingen die je gedaan moet hebben op dit ondermaanse. Bijvoorbeeld een koe gemolken hebben. Dat deed ik in september. Of een band vervangen. In oktober draaide de hand die een paar weken eerder nog melk uit een uier had geknepen de bouten vast van een reservewiel.

Zo werd de stad in mij een beetje platteland, de vrouw in mij een beetje man. Een beetje maar, want tijdens het melken van de koe baarden mijn schoenen me nog zorgen, de band vervangen deed ik met roodgelakte nagels.

Vaak is het allemaal een kwestie van balanceren op de dunne koord.

Ik heb ook een eigen huisdokter sinds ik op zondag wakker werd met een ontstoken stukje op mijn been. Waar ik gemakkelijk drie dagen niet kan slikken of mijn ogen niet ter hemel werpen kan omdat het allemaal pijn doet in mijn hoofd, kan ik zulks echt niet verdragen - dingen op mijn lichaam die mijn eigen inperfectie nog in de verf zetten.

Dat heet balanceren naar de verkeerde kant. Ontsteken hoort er vast bij, maar het zalfje dat de ziekenkas mij terugbetaalt dan ook. En smeren maar.

Verder ruikt oktober bij mij vooral naar pompoensoep, melancholie en de halve selder in mijn frigo. Het heeft er vast allemaal mee te maken dat de oktobers toen ik tien was ook al naar pompoen en vergisterde selders roken, maar zich verder afspeelden op mijn kleine kamer tussen poppenbed en mijn vintage mini theeservies.